Achtergrondinformatie | Verzuiling

Zuilvorming

Zuilvorming of verzuiling betekent de opdeling van de samenleving in groepen die zich op grond van levensbeschouwelijke of maatschappelijke opvattingen afzonderlijk organiseren. In Nederland was tussen 1880 en 1960 sprake van verdeling in vier ideologische zuilen, waarbij elke van deze stromingen eigen organisaties had op vele terreinen van de samenleving.

De aanloop naar verzuiling in Nederland

In de eerste helft van de negentiende eeuw waren de meeste Nederlanders protestant-christelijk, een minderheid was rooms-katholiek. De katholieken hadden bij wet minder rechten dan de protestanten en werden daardoor achtergesteld. Dit leidde tot wantrouwen tussen beide groepen. Naast de protestanten en de katholieken was er een klein aantal Nederlanders liberaal: zij vonden dat geloof en politiek gescheiden moest worden. Met deze drie groepen begon de verzuiling; de socialisten kwamen er even later als vierde groep bij.

Aanpassing grondwet

In 1848 maakte Thorbecke een nieuwe, liberale grondwet die de katholieke minderheid volledige godsdienstvrijheid gaf. De discriminerende wetten voor katholieken werden opgeheven. Dit zorgde voor een goede band tussen de katholieke en de liberale zuil. De nieuwe grondwet zorgde ook dat de Tweede Kamer veel meer macht kreeg. Als gevolg daarvan wilden groepen met verschillende levensbeschouwelijke of maatschappelijke opvattingen de Tweede Kamer in om hun ideeën te kunnen verdedigen en uit te voeren. Nederland kreeg vanaf dat moment diverse politieke partijen, alle gebaseerd op een ander geloof of een andere ideologie. Het belangrijkst waren ook nu de vier groepen: christenen, katholieken, socialisten en liberalen.
Verzuiling

Keuzes rond het midden van de twintigste eeuw.

Verzuiling in dagelijks leven

Vooral bij de katholieken en protestanten speelde bijna het hele leven zich af binnen de eigen zuil. Elke zuil had een eigen radio-omroep, krant en school. Rond 1900 ging nog zestig procent van alle kinderen naar de openbare basisschool, in 1940 nog maar dertig procent. Maar ook in het verenigingsleven was de verzuiling merkbaar. Zo waren er protestante, katholieke en liberale zangkoren, operetteverenigingen, sportclubs et cetera. Was je lid van de ene zuil, dan kwam je amper in aanraking met het gedachtegoed van een andere zuil.

Natuurlijk waren er ook situaties waarin wel overleg en afstemming nodig of mogelijk was. Denk aan de samenwerking van politieke partijen in de regering. Of in commissies van neutrale organisaties, zoals een museum, een historische vereniging of een vereniging tot bestrijding van tuberculose. Na de Tweede Wereldoorlog begonnen de ontkerkeling en individualisering waardoor de verzuiling afnam.


Voorbeelden

Als voorbeeld enkele sportverenigingen in Hoorn, uit de eerste helft van de twintigste eeuw, met de betreffende levensbeschouwing.
Naam Soort sport Levensbeschouwing
Turnlust Gymnastiekvereniging Protestants-christelijk
D.O.S. Gymnastiekvereniging Rooms-katholiek
UdI-WvO Gymnastiekvereniging Neutraal
Schaakgroep Het Rode Paard Schaken Socialistisch
Hoornsche Dam- en Schaakclub Schaken Neutraal
De Zwaluwen Voetbal Protestants-christelijk
Always Forward Voetbal Rooms-katholiek
Sporters Voetbal Neutraal