Achtergrondinformatie | Privaat en tonnenstelsel

Inleiding
Tot in de twintigste eeuw hadden de meeste huizen in Nederland geen riolering. Veel mensen poepten op een pot en leegden deze in sloot of gracht. Vaak stond er achter het huis een klein houten gebouwtje, met daarin een plank met een gat erin (privaat). Onder het gebouwtje bevond zich een beerput of er stond een ton onder de plank, waar de uitwerpselen in vielen. Anderen hadden een rechtstreekse afvoer van het secreet boven sloot of gracht.

Beerputten op centrale plaatsen

Aanvankelijk werd in sommige grote steden de poep verzameld in beerputten op diverse plaatsen in de stad. De beerputten werden op gezette tijden geleegd en de poep werd gebruikt als mest op het land. Naarmate het drukker werd in de steden, was er echter steeds minder plaats voor beerputten.

Vervuiling

In 1834 werd Europa getroffen door een grote cholera-epidemie. De Britse medicus John Snow toonde in 1849 aan dat infectieziekten zoals cholera werden verspreid door vervuiling van drinkwaterbronnen met menselijke afvalstoffen. Vooral in de steden was er sterke toename van vervuiling van het grond- en oppervlaktewater door beerputten en lozingen. Dit vormde een groot gezondheidsrisico voor de bevolking.

Tonnen- of emmerstelsel

Om de hygiënische toestand in de steden te verbeteren ontstond rond 1870 in Nederland het emmerstelsel. Het principe was simpel: men poepte en plaste in een emmer, die meerdere keren per week door inzamelaars werd opgehaald en in een speciale kar werd geleegd. De volle kar werd naar een verzamelpunt gereden, meestal aan de rand van de stad, en samen met ander afval tot compost verwerkt. In sommige streken werden de uitwerpselen onbewerkt over het land verspreid.

In het begin mocht men allerlei vormen en maten emmers en tonnen gebruiken. Deze werden zonder deksel door het huis naar buiten gedragen. Bij de kleine exemplaren klotste de inhoud er vaak overheen, en bij het legen van de emmers in de strontkar werd regelmatig geknoeid. De karren reden vervolgens vaak met open klep door de straten. De ophaalwagen verspreidde een enorme stank, waardoor deze de cynische benaming 'Boldootkar' kreeg, naar de in die tijd veel gebruikte eau de cologne.

Wisseltonnensysteem

In veel steden koos men vervolgens voor het wisseltonnensysteem. De gemeente schafte gestandaardiseerde tonnen aan en elke woning kreeg een ton. De volle tonnen werden opgehaald en gewisseld voor een lege, schone ton. De tonnen werden dus niet meer geleegd in een kar op straat.
Desondanks daalde in Nederlands de populariteit van het tonnenstelsel. Dit kwam deels door de toenemende weerstand tegen het gesjouw en geknoei met de tonnen. Maar ook doordat er minder winst gemaakt werd met de handel in stedelijke meststoffen vanwege dalende prijzen na de uitvinding van kunstmest in 1890.

Waterleiding en closet

Vanaf 1900 werden veel woningen gebouwd. Deze nieuwe woningen werden aangesloten op het waterleidingnet. Ieder huis kreeg één kraan, en wel in de keuken. Gemeenten werden verplicht om voorschriften op te stellen op het gebied van closetten, drinkwatervoorziening en waterafvoer. Het aantal huizen dat op het waterleidingnet en riolering werd aangesloten steeg snel in de loop van de volgende decennia.

Tot diep in de twintigste eeuw

Toch zou het nog tot diep in de twintigste eeuw duren voordat in Nederland (bijna) elk huis op het riool was aangesloten. Zowel beerputten als tonnen kwamen op sommige plaatsen nog tot na de Tweede Wereldoorlog voor, vooral bij oude huizen, afgelegen boerderijen en in kleine dorpen. Ook het voormalig woonhuis van Gerard Lückens, Ramen 16, ging pas in 1951 van het tonnenstelsel af. De laatste tonnetjes in Nederland verdwenen in 1978, in Goes.
Privaat Muiderslot

Privaat in Muiderslot.

Boldootkar Amsterdam, 1928

De Boldootkar voor het ophalen van de uitwerpselen, Amsterdam 1928.

Wisseltonnen Amsterdam

Een tonnetjesschepper heeft twee emmers met uitwerpselen opgehaald uit een huis in de Jordaan in Amsterdam.

Wisseltonnen Alkmaar

Tonnenstelsel in bedrijf in Alkmaar, het verwisselen van de tonnen.

Wisseltonnen Enschede, 1923

Reinigen van de wisseltonnen, in Enschede (1923).


Krantenberichten over het tonnenstelsel in Hoorn

Wisseltonnen

Onze courant, 06-03-1914.

Wisseltonnen

Enkhuizer Courant, 24-04-1919.

Wisseltonnen

De Nieuwe Courant, 08-06-1921.


Wisseltonnen

De Nieuwe Courant, 08-07-1931.

Wisseltonnen

Onze courant, 05-01-1940.

Proostensteeg

Aquarel van Proostensteeg 2 in Hoorn, nog met een privaat buiten (1955).